

Leende, een wandeling tussen winter en lente.
Het is half februari en bij OLAT staat de voorlaatste winterserietocht in Leende op het programma. Het is amper 7 uur en nog donker als we de Langstraat oprijden. Daar ergens moet Du Commerce liggen, maar we rijden toch nog voorbij. Regina staat daar ook al te wachten; zij is op deze zondagmorgen al heel vroeg vertrokken vanuit Westbrabant om op tijd te zijn voor weer een dagje verzorging van de wandelgasten. Ook Jos zijn auto staat er, dus die zal ook al wel ergens mee bezig zijn. De locatie is een beetje aan de krappe kant, dat zal straks wel dringen worden en dat straks laat ook niet lang op zich wachten. Op wandelmaat Piet hoef ik vandaag niet te wachten, hij heeft zich gisteravond helaas afgemeld vanwege een mankementje aan de scharnieren. Na een kopje koffie en met een kaartje voor 40 km kan ik daarom meteen om acht uur op stap. De meesten hebben er zichtbaar zin in want ze zetten er meteen een flinke pas in. Laat ze maar gaan, ik heb de tijd tot vanavond vijf uur. Een mooie uitvinding trouwens om naar een parkeerplaats te pijlen, die zowat “een uur” wandelen buiten de bebouwde kom ligt; de mensen die daar gebruik van maken hadden beter meteen hun startkaartje kunnen kopen toen ze nog in de buurt van de startlocatie rondreden. Hans van Breukelen heeft hier zijn eigen straatnamenbordje en is waarschijnlijk ook wel ereburger van dit mooie Kempendorp. Het plaatselijke voetbalveld laten we links van ons liggen zodra we het openveld bereiken. De zon komt prachtig op. Het heeft vannacht gevroren waardoor de natuur een betoverende uitstraling heeft gekregen. De Grote Heide lijkt wel een parelveld en op de vennetjes die we passeren ligt een dun laagje ijs. We steken de A2 over en komen op het Landgoed Valkenhorst. Het terrein is eigendom van het Brabants Landschap en ongeveer 700 ha groot; het bestaat uit bossen, heidevelden en vennen. Richting Valkenswaard wordt het terrein begrensd door visvijvers, een gebied dat slechts beperkt toegankelijk is en aan de noordkant ligt de Heezerhoeve waar o.a. onze rondwandeling het Hertog Hendrikpad doorheen loopt.

Reeds voordat we de eerste rustpost bereiken is deze dag geslaagd al is het alleen maar om de prachtige natuur die we hier te zien krijgen. De rustpost staat op het parkeerterrein aan de overzijde van de Valkenswaardseweg. Jammer dat we hier al zo vroeg langskomen, anders hadden we nog kunnen genieten van een grote verhuizing. De witte bungalow bleek namelijk niet op de juiste plek te zijn gebouwd, waardoor de 10 km-wandelaars hun soep zouden mislopen als het bouwwerk niet met inzet van alleman over enkele 100 meters compleet zou zijn verplaatst. Hulde ! De chocolade is er lekker warm en de praatjes zijn geanimeerd. Sommigen zijn al in de stemming voor de rondjes in Olland over een paar weken, weer anderen willen zich laten gelden op de 60 in Nijnsel.
Wij trekken nu verder door het Leenderbos: een boswachterij van Staatsbosbeheer. Een mengeling van bijna 2000 ha aan naaldbossen, heidevelden en landbouwgronden. En als we dat alles op ons hebben laten afkomen, krijgen we straks ook nog eens een paar honderd ha aan herontwikkelde vruchtbare grond tot natuurgebied. Maar dat is pas over een dik uur, eerst nog al die kronkelpaden door de bossen, langs heidevelden en vennen. Nergens enig teken van bewoning, dus puur natuur. Ik loop even samen op met Rinda Scheltens, van het redactieteam van OLAT-Nieuws. Zij nam in januari het initiatief met de internetactie ter ondersteuning van de Stichting Euraudax Nederland. Tot op dat moment hebben al ruim 140 personen met hun handtekening deze actie gesteund. Verder is Rinda een fanatieke lange-afstandwandelaarster met al 2 keer de B-100 op haar naam. Om nu al over een hecht redactieteam te spreken is nog een beetje vroeg : we wonen allemaal nogal een eind uit de buurt en dan tref je elkaar niet zo vaak. Rinda woont in Zwolle en ondanks de mooie plekjes die ze in dat deel van ons land zeker ook hebben, vindt ze het hier fantastisch met ongekend mooie plekjes. Een verdwaalde eend kruist ons pad en zij er achteraan..! Het bos lijkt eindeloos, maar daar is toch even een ruimer uitzicht. Hier grazen runderen of andere ‘wilde’ dieren, want er ligt een wildrooster dwars over ons pad.Al je zo door de natuur dwaalt, raak je al gauw het spoor van precieze locatie kwijt en laat je het allemaal maar over je heen komen. Ik wil ook niet de indruk wekken dat ik alleen door de omgeving dwaal, verre van dat. Zo juist zijn Nellie en Anton voorbij gekomen, vlak voor mij kuiert een stelletje atleten van Olympia en ik maak ook even contact met iemand die pas zijn nieuwe clubetiket opgeplakt heeft: Bernhard Oude Nijhuis. Die naam moet ik onthouden want hij heeft de lange-afstand onder de knie en kan hier of daar wel eens opduiken in de uitslag. Ergens zoekt een ree in paniek een uitweg, in vliegende vaart verdwijnt het dier in de verte en daarbij is geen tijd om even onder het prikkeldraad door te gaan. De civiele wereld is wreed voor de natuur. Het bos maakt plaatst voor grasgronden met jonge begroeiing in grote variatie. Op de achtergrond doemen de gebouwen op van de Achelse Kluis. Eind vorige eeuw verkocht de contemplatieve broedergemeenschap haar bouwgrond aan de Nederlandse Staat en SBB bestemde deze grond voor nieuwe natuurontwikkeling. Delen van de eikenlanen, die de monniken in 1850 plantten, staan er nog. Het landschap is door een aangepaste landbouwmethode zo gewijzigd dat de cultuurwaarde sterk is afgenomen. Nu wil men de natuur meer ruimte geven.

Als herinnering aan het landbouwwerk van de kloosterlingen houdt Staatsbosbeheer dit deel als landbouwgebied in ere, maar de gewassen worden nu zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen geteeld. Akker(on)kruiden zijn welkom en dieren als patrijzen en kwartels vinden er hun voedsel. Wij wandelen door een weiland naar de verharde weg en gaan via de oprijlaan richting de kerk. Halverwege passeren we de grenslijn tussen Nederland en België. Een poortje in de ommuring geeft toegang tot het Abdij complex. Het kruidenierwinkeltje en de kunstgalerij zijn gesloten, maar de gasterij is al geopend.
Bij de ingang zit ‘broeder’ Harrie, hij geeft ons een paraaf op de controlekaart, zet een streepje op de lijst en nodigt ons door te lopen naar de ‘verkoopafdeling’, waar een paar ‘minderzusters’ de aankoop afrekenen: kopje koffie met rijstetaartje; het gaat toch om de beweging, niet waar! Een dergelijke pauzezit neemt toch al gauw 25 minuten in beslag en dan zie je toch wel wat er zoal wordt ingeslagen om de volgende kilometers tot een goed eind te brengen. de Warmbeek, maar eerst nog een colonne wielrenners doorlaten, die zijn er ook vroeg bij dit jaar. We gaan dit keer niet richting de bewoonde wereld maar volgen direct een bospad dat ons terugbrengt in het natuurjuweel dat we al de hele voormiddag om ons heen hadden. Het ene bospad volgt het andere op en om niet in de war te geraken, ben je dan blij dat er af en toe een akker wordt genoemd om je te oriënteren. Maar of die ook allemaal op hun plaats lagen, waag ik te betwijfelen. Om op een tweede bosweg op een vijfsprong tussen twee paaltjes door te gaan levert geen enkel probleem, als je er de concentratie maar bewaart: hoe verzint hij het! Even later staan we op een open vlakte, maar al vlug doemt toch weer een bos op. Dan een grote modderpoel , daarvoor moet ik toch even een weg zoeken door het bos. Daar denk ik ook even achter een sloot om te moeten, maar dat is niet zo. Stil aan komen we op de Grote Heide, naar rechts in de verte zie ik een kerktoren, welk dorp zal het zijn, Soerendonk? De verzorgingswagen staat in de volle zon en een “Afrikaanse Safari“ verkoper heeft hoop er zijn waar aan de man te brengen. Parcifal en Tonnie bieden warme drankjes en een sneetje brood naar keuze. Jan Wintermans zit daar te genieten. Nog een praatje en weg zijn we weer. Onderweg komt de 30 km er weer bij, niet dat het daardoor direct drukker wordt maar je weet dat het grootste deel achter de rug is. Gedurende de laatste uren is het fantastisch lenteweer geworden. De stralende zon zorgt voor een mooie temperatuur. Ik blijf in het kielzog van Hein Dirkx die voor mij uit kuiert. Vreemde dingen zijn dat toch: GPS-paaltjes? Dat brengt me op het idee om even naar Dini te bellen om te vragen naar de opkomst. Na drie pogingen krijg ik het juiste antwoord: 1270. Eindelijk weer eens een mooi aantal. Dan de eerste huizen, een teken van een bewoonde wereld.
We komen in Leende, met nadere aanduiding Strijp. Maar dan moet je niet denken dat je ook meteen bij de rustlocatie bent. Vanaf links komt op een zeker moment ook de 20 km erbij. Dat maakt het alweer iets drukker op het parkoers. De mensen hier zijn er inmiddels al aan gewend dat er op zon- en feestdagen zomaar 10 keer zoveel volk op straat loopt dan er in dit hele ‘beschermde’ gehucht wonen. In pauzelocatie De Hospes is het nog behoorlijk druk. Peter trakteert mij op een sapje, heerlijk! Maar volgens mij drinkt zijn ‘tafel’ wat anders. Ook even buurten met Mirjam. De kastelein heeft vandaag blijkbaar niet zoveel vertrouwen in zijn gasten; de tafels liggen vol papiertjes met de tekst: dat je een bepaalde ziekte onder de leden moet hebben om iets uit eigen rugzak te gebruiken. Alle overige nering neemt hij graag voor zijn rekening!Nu zijn er even geen bossen of andere natuuruitingen. De zon heeft van een stoppelveld een slijkveld gemaakt, daar gaan mijn schone schoenen, moet ik vanavond weer op blote voeten naar boven. We mogen nog even terug naar het bos en daar wacht na een paar kilometer onze ‘soeppost’. Regina heeft haar ijsmuts nog op; in ons vorige clubblad lazen we al dat dat helpt tegen koude voeten, en jullie Ad gelooft dat! De soep is vandaag een beetje aan de schrale kant, dat komt omdat het vastentijd is. Maar lekker ! Even verderop heeft Ad nog wat loszand gevonden en daar mogen we doorheen klossen. We zijn terug in Leende. En als je dan vlakbij de Bloas bent, denk je de weg naar de thuishaven wel te weten zonder beschrijving. Stuurt hij ons weer helemaal het dorp uit, zoekt de langste sloot uit de buurt op, laat ons die bijna tot het einde af lopen. Daar blijken we alweer bijna de Langstraat voorbij te zijn, totdat ook bij Ad het kwartje valt, dat het nu toch wel genoeg is geweest. We spreken elkaar nog wel eens na een andere tocht. Tot dan.