OLAT WINTERWANDELING: HEFTIG EN MOOI.

Zaterdag was ik nog met de trein op reis en zag ik in de polders een nagenoeg groen landschap aan mij voorbij gaan. Voor morgen belooft dat een mooie wandeldag te worden, want ze verwachten slechts een beetje regen in de nacht. Hoe anders is dan de werkelijkheid. Een verse laag sneeuw en vallende mist op onze weg naar Moergestel. Het is nagenoeg zeven uur en nog geen enkel teken van de naderende dageraad. Als dat maar goed afloopt. Over de startlocatie ’t Draaiboompje, die Joop Wesseling voor ons geregeld heeft, niks dan goeds !! Volop parkeermogelijkheid en binnen ook bijna eindeloze toegang, vanwege al die spiegels. Je kunt er over de hoofden lopen. Waarschijnlijk heeft Joop ook een mooi aantal deelnemers op ’t oog gehad, want de dienstmaagden zijn al ruim in de weer om het de gasten naar hun zin te maken: vooralsnog blijft het bij ’n enkel kopje koffie en een thee. Ook de dames aan de inschrijftafel raken niet in paniek; een rustige start nu voor het eerst alle afstanden te gelijk om 08.00 uur de deur uit mogen. Poortwachter Henk heeft wel de uitdrukkelijke opdracht niet voor 8 uur los te gaan. Zou dat wel gebeuren dan komen ze op de eerste verzorgingspost in de problemen. Het water moet immers zijn tijd hebben om op temperatuur te geraken.
Ik ga met de eersten naar buiten, waar nu al wel iets van schemering is te ontwaren, maar daar blijft het voorlopig bij. Het zicht is amper 100 meter vanwege de natte mist die de omgeving in zijn greep houdt. Eerst volgen we zo’n 500 meter, de routebeschrijving duidt het nog nauwkeurig aan, het zijn 600 meters, de verharde weg om dan een zijpad richting Allemansven te kiezen. Van wandelen is vanaf nu niet echt sprake meer. Gelukkig zijn de vroege vogels allemaal al voorbij geschoten en kan ik rustig mijn paadje zoeken. Iemand met humor heeft zijn wandeltuin ‘Allemansgoed’ genoemd, hij zal er zeker een rustig leven leiden.
Eerst loopt de route nog een eindje langs het open veld. Onze routebouwer ,zoals wij Ad Verbakel noemen, heeft voor vandaag toch iets anders op het oog. Daarvoor heeft hij allereerst bossen en vennen nodig. Het is alsof hij het heeft afgesproken met ons openbaar natuurbeheer, ze zijn zelfs bordjes komen hangen om Ad de weg te wijzen in deze wirwar aan mogelijkheden: Oisterwijkse bossen en vennen, u aangeboden door Natuurmonumenten. Er zullen vandaag maar weinig momenten zijn dat wij niet worden begeleid door deze aanduiding.

Ik word ingehaald door een groepje wandelaars met haast in de benen; de Bossche 100 kriebelt deze mensen in de schoenen. Ja, ook Sjef loopt bij dit groepje. Nee niet meer als ‘100 kandidaat’, ook al zou hem dat nog wel afgaan. Sjef informeert nog of hij met mij zal oplopen, maar mijn tempo wil ik hem vandaag ook weer niet aandoen. Toch bedankt Sjef. Even later komt Hein langszij. Hein weet ook van doorstappen, maar ik hou hem een beetje op. Ons gesprek is een nogal zakelijk en Hein is erg geïnteresseerd. Maar zoals dat meestal gaat, belangstelling is nog geen instemming. Even voorbij Venkraai lopen we nog een eindje de verkeerde kant op ook, maar dat heeft Hein al vlug in de gaten.
Henk loopt nu ook een eindje met ons op. Als tuinman heeft die momenteel toch niks anders om handen dan wandelen. Gisteren was hij nog als mooi-weer-wandelaar bezig rond de vijver in Vught, waar de WS een uitje had gepland. Hij zit er toch wel een beetje mee, dat Coby even op de plaats rust moet maken, vanwege iets aan haar voet. Waarschijnlijk dus geen B-100 voor Coby. Jammer, maar er zijn nog wel meer plekjes waar puntjes voor het clubkampioenschap te verdienen zijn. Behulpzaam word ik door Henk nog een slootje over geholpen en daarna houd ik me een beetje op de achtergrond, waardoor als van zelfs weer de rust van het alleen wandelen over je neerdaalt
.
Vergeet ik nog bijna te vertellen waar we ongeveer ronddolen. Wij hebben een kwartiertje geleden de verzorgingspost verlaten en gaan nu de Oisterwijkse bossen en vennen verlaten om straks op de Kampina terecht te komen.  Wij zijn het riviertje de Rozep overgestoken en gaan nu richting Belversven. Het valt jullie natuurlijk op dat ik geregeld over wij praat. Het is ook zo dat ik hier, net als op mijn wandelingen in de Ardennen of Eifel, als het ware wordt begeleid door een onzichtbare band van saamhorigheid. Nou gaan jullie natuurlijk denken: je kunt echt merken dat hij oud begint te worden… ! Maar echt, vandaag weet ik mij gehoed door twee wandelgenoten uit Nuenen. Ik zal straks wel vertellen wie het zijn.
Het Belversven splits de wandelroute van vandaag in tweeën: de 15 en 20 km kiezen hier hun weg naar rechts over de Kampina. De twee langste afstanden: 30 en 40 km gaan naar links. Mijn schreden gaan daarom hier nu ook naar links.Tot nu toe heb ik nog niets verteld over het weer en gesteldheid van de paden. Het weer is voorlopig nog niks en de paden zijn behoorlijk toegetakeld door sneeuwresten, vorst en dooiende plassen. Het is behoorlijk opletten, gelukkig heb ik er vanmorgen aangedacht om mijn stok mee te nemen. Die komt hier goed tot zijn recht. Het Belversven is nog bedekt door ijs en sneeuw. Je kunt daar ook behoorlijk ver weg kijken. Dat houdt meteen in dat de mist is opgetrokken. Het blijft echter een grijze bedoening, ook hier op de Kampina.
Weet van eerdere foto’s dat mijn toestel prentjes in kleur maakt; vandaar dus mijn stelligheid over het weer en de omgeving op dat moment. We trekken in een wijde boog door dit prachtige open gebied. Hoe kan ik de Kampina het beste duiden, om ook u een indruk te geven als u daar nooit eerder was!!! Beeldschoon is  vandaag zo grijs, maar toch is dat het juiste woord.  Het is een uitgestrekt heidegebied, dat omzoomd wordt door dennenbomen. Je mag het geen bossen noemen. Het is een eenheid van bomen en heide. Her en der ligt een ven. Het gebied is dooraderd met zandpaden. Ook het riviertje de Beerze kronkelt zich door dit oeroude natuurgebied. Dat dit in voorjaar, zomer en herfst een variatie aan schoonheid biedt, kunt u zich waarschijnlijk indenken. Dan noem ik nog niet eens alle diersoorten die in dit paradijs een wonderlijke aaneenschakeling van leven vormen. Ruim 1200 ha is dit uitzonderlijke landschap groot.

Wij lezen in onze routebeschrijving dat wij hier ook het graf passeren van de grondlegger van Natuurmonumenten: mr.dr. Pieter Gerbrand van Tienhoven. Boven op een heuveltje, aan de oever van de gedeeltelijk vergraste Zandbergsvennen tref ik een soort peramidegraf van enkele op elkaar gestapelde zwerfstenen. Aanvankelijk heb ik niet in de gaten dat dit ook werkelijk het bedoelde steengraf moet zijn. Een plaatje is hier derhalve op zijn plaats.

Geregeld word ik ingehaald door eenlingen als ik, of kleine groepjes. Iedereen is onder de indruk van het mooie plaatje waar we doorheen wandelen. Bij Lennisheuvel gaan we even buitenom en trekken door weilanden. Draaipoortjes geven aan dat de dieren hier in volle vrijheid hun weide gebied kunnen kiezen. Ook wij kunnen kiezen, maar dan alleen aan welke kant van het modderpalet wij de voorkeur geven. We traceren de Beerze en mogen daarna langs de Koevertse loop het parkoers vervolgen. Uiteindelijk komen we dan in een sneeuwveld terecht, dat gisteren vergeten is bij de eerste schoonmaak.  Een passerende dame moet ik gelijk geven bij haar constatering dat we zware tijden meemaken, maar dat het ondanks dat mooi is om te beleven. Ik word nog eens ingehaald door een groepje. Een van de dames zegt me te bewonderen om mijn doorzettingsvermogen. We zijn oud dorpsgenoten en ook nog verre familie. Dus ik betuig ook mijn bewondering voor haar. Per slot wint haar redenering, maar dat heeft met leeftijd te maken.

Aan dit paadje komt ook een einde. Dat is het punt waar de 30 en 40 km even uit elkaar gaan. De 40-wandelaars, het zijn er vandaag toch nog 60, gaan verder naar landgoed Heerenbeek en de Mortelen. Hier durf ik geen fantasie op los te laten, zonder het plaatje zelf gezien te hebben. Ik kies daarom voor de weg rechtsaf die ons even later bij de rust brengt: Jocubushof, een voormalige boerderijhoeve. Onderstaande impressie is typerend: Op een van de mooiste plekjes van het Groene Woud ligt Boerderijterras Jacobushof.Deze oude rundveestal is omgetoverd tot een sfeervol café met een groot terras. Binnen heeft u een verrassend uitzicht op de koeienstal, buiten op een prachtig groen natuurgebied. Tijdens uw wandeling of fietstocht op de kampina kan een bezoek aan Jacobushof dan ook niet ontbreken. Niet alleen wandelaars genieten hier van een genoeglijk samenzijn, maar ook de gewone mens blijkt er zijn rust te vinden. In een doolhof van kleine ruimtes vind ik het stempelplekje van Henk, de gastheer die zich daar duidelijk op zijn gemak voelt. Mijn bijstand reageert verheugd op mijn komst en ik bestel een kopje koffie, als een zekere troost aan mijzelf.  Ik blijf niet te lang plakken, want het middaguur is reeds verstreken. Met het weer is inmiddels niks meer aan de hand. Het zonnetje probeert er zelfs doorheen te komen.
 
Om eerlijk te zijn vind ik de volgende vijf kilometer niet de zwaarste van vandaag. De paden zijn redelijk te bewandelen en de hardnekkigste ijsrimpels op de paden moeten nu zwichten voor de temperatuur. Met het jasje tot de kin gesloten, komen ook de pareltjes onder het haar vandaan.  Wij zijn inmiddels terug in de Kampina, die hier toch een heel andere begroeiing kent. Geen hei meer, maar nu meer bosvorming. Zal dat de verwevenheid zijn met het Groene Woud, die in de impressie van het Jacobushof reeds wordt aangehaald  ! Op een asfaltfietspad die onze bosbaan kruist, wordt het ineens drukker met wandelaars.
De afstanden tot 20 km zijn er nu bij en samen gaan we naar de rustpost waar de soep van de dag nu naar Valentijn smaakt. Een heerlijk moment om even te verpozen. Bedenk wel dat onze verzorgers vanaf vanmorgen 8.00 uur op post staan om ons bij te staan op deze wandeling. Alles mag je wel weer eens een keertje af doen voor deze mensen, of dat nu een hoed, een pet of een ijsmuts is. Zonder hen is er geen wandeltocht zoals deze mogelijk.
Hier treffen we ook nog diverse mensen die je normaal op een wandeldag als deze niet ontmoet omdat ze voor kortere trajecten kiezen. En gelijk hebben ze.

Nu nog even een bosrand volgen en daar staan we ineens weer in een geheel ander gebied. Het is in ieder geval laagland en het bosgebied dat een deel van het terrein beslaat is duidelijk op moeras gegrond. Het pad dat we volgen is allesbehalve vaste grond onder de voeten. Tot overmaat van ramp, raakt mijn schoenveter los en dat is dubbel uitkijken. De lenigheid gebied me te zeggen dat ik naar iets zoek dat hoger is dan een molshoop. Alleen maar slijk, maar dan toch weer een redder in nood: Hans, de nummer 4 van ons clubkampioenschap, komt als geroepen opdagen. Als ik wat puntjes bij me had gehad, had hij ze gekregen…….. Maar gemeend: Hans, bedankt.
Dan hebben ze daar ook nog een heel weiland of iets dergelijk onder water gezet. En Ad denkt, met de meetlat in de hand: die wei kan er ook nog wel bij. Vergeet hij eraan te denken, dat het op die dag wel eens zou kunnen dooien. Gelukkig wandelt hij vandaag zelf ook mee, en kan hij met eigen benen constateren  wat de gevolgen zijn van zijn daden.

Laat nu de Gerrithoeve maar in beeld komen. Die begint voor OLAT en zijn volgelingen zo langzamerhand een vertrouwd plekje te worden.  Hier bestel  ik een colaatje en ga lekker buiten op het terras in het zonnetje zitten, bij jawel: mijn twee toeverlaten voor vandaag. Het zijn Jos en zijn wandelmaatje. Nu moet ik dat even uit de doeken doen: Zoals we natuurlijk allemaal weten, trekt komend weekend de Bossche 100 door de Meierij en omstreken. Vroeger ging ik dan met Piet vooraf de hele dag pijltjes in het veld hangen. Sinds een paar jaar doe ik dat samen met Jos, die daarvoor een hele dag vrijaf neemt van zijn werk. Nog een keer zullen we aanstaande vrijdag samen op pad gaan om voor al die dapperen in de nacht een baken te plaatsen op plekken waar normale jongens en meisje op die leeftijd en op dat tijdstip niet worden verwacht. Door mij vandaag op afstand bij te staan, weten we ook voor vrijdag waar we samen staan. Neem het niet te serieus, we kennen elkaar al langer.
De avondzon keert ter ruste weer. De terugweg moet nu toch wel een eindpunt gaan vinden.
Net voor ik wil vertrekken, komt Rinda om de hoek. Die weet wel raad met het drankje en binnen vijf minuten zijn we op weg. Het is nog tamelijk druk op het parkoers. Ik loop nog even samen op met iemand die vol bewondering is over alles wat OLAT hier vandaag heeft weten neer te zetten. Ik begin uit te leggen, wat een tocht als deze aan voorbereiding vergt. Vertel er dan ook nog even bij hoe Ad en Sjaan een paar dagen voor de tocht de pijlen op volgorde leggen en de stieken uit knoop halen, enzovoort. Op dat moment voel ik een por in de rug, komt Ad  daar samen met Jeannette op zijn dooie gemak aankuieren. De man is nog steeds vol bewondering en brengt dat ook over, zich meteen afvragend hoe het kan dat het tempo dat ze erop nahouden welhaast op snelwandelen lijkt. Ik heb ook maar meteen uitgelegd dat dat iets met de Bossche-100 te maken heeft. Even later komt ook Servee nog langzij: de man kende OLAT alleen nog van de Grenzeloze, maar weet nu wel beter….. De laatste stukje van de wandeling  gaat langs natuurgebied het Hildsven en over de harde weg naar de finish. Bij de deur tref ik de man waarover ik jullie zoeven vertelde.
Hij vraagt mij uitdrukkelijk zijn dank over te brengen aan iedereen die heeft bijgedragen aan het welslagen van deze tocht, die voor hem en zijn vrouw de mooie overtuiging heeft opgeleverd, dat wandelen met inspanning en daarnaast volop genieten goed samen kunnen gaan. Zijn naam heeft hij genoemd, maar die doet er niet toe; hij komt uit Goirle. Ik heb hem maar niet verteld dat Ad een hovercraft en een roeibootje heeft om op al die onmogelijkste plekjes te komen, laten we dat dan verder maar voor ons houden. Om de moderne manier van uitdrukken maar eens te gebruiken: ik vond het heftig en cool.

Iedereen bedankt.
© Ad van Asten.