Mooie weersomstandigheden bij wandeltocht vanuit Brandevoort.

Het is zondag 15 februari en wij zijn vanmorgen al vroeg op zoek gegaan naar dat futuristische plaatsje Brandevoort, dat ergens in de buurt van Helmond moet liggen. De OLAT richtingaanwijzers hangen er gelukkig al en dat je dan bij aankomst eerst tegen de garagepoort moet aanrijden, hoeft ook niet iedereen te weten. Het is wel voor niets. ’t Brandpunt is een ideale locatie, ook al zit het inschrijfbureau een beetje ruim en eenzaam. Voor de langere afstanden van 30 en 40 km is de belangstelling ruimschoots en tussen 08.00 en 09.30 uur stappen 230 wandelaars op, om de omgeving richting Stiphout en Lieshout te gaan verkennen.

Je kijkt je ogen uit: huizen die op elkaar zijn gestapeld langs knusse doorgangen. Torentjes waar de duiven nog geen weet van hebben en waterpartijen die vanmorgen nog liggen dichtgevroren. Een overdekte galerij die doet denken aan een oud spoorwegstation, maar het echte station ligt een paar 100 meter verder aan de rand van deze moderne nederzetting. We zijn amper buiten deze nieuwe omgeving of niets wijst nog richting de moderne samenleving. Alles duidt erop dat we hier door de omgeving van het aloude boerenland trekken. De karrensporen zijn weliswaar vervangen door asfalt, maar wie maalt daarom. De weilanden liggen er witgevroren bij en het zonnetje bewijst het tegendeel van de voorspelling.
Opvallend tussen al die plaatjes uit het verleden de schotels van UPC in wedijver met de zendtoren die achterons zijn stralen op de omgeving richt. Wij naderen Stiphout via de Zandbergen ook al vallen die niet meer op, des temeer ontdekt je hier de rust die deze woonomgeving uitstraalt en eigenlijk hoort het ook nergens bij, ook al denken ze daar in Aarle en Helmond anders over. Door een wonder is het plaatsje al bekend vanaf de diepe middeleeuwen. Wij stappen door richting de oorsprong van deze heerlijkheid: Croy. Op zich ligt het kasteel er kaal bij, maar de tafereeltjes daarvoor zijn best aantrekkelijk. Zo hebben de uitbaters van de Croyse hoeve er natuurlijk ook over gedacht en lieten het gedoetje ombouwen tot een inloop voor dorstigen en hongerigen met een prijskaartje navenant. Ook wij stappen even binnen. Rond het ‘vreemde’ kasteel Croy valt niets meer te bespeuren van de consternatie met betrekking tot de freule en haar liefdesgesticht. Trouwens de laatste bomen die het complex nog enigszins beschutten tegen invloeden, hebben onlangs het loodje gelegd. Wij steken het Wilhelminakanaal over, passeren de Bavaria brouwerij en maken even daarna een onverwachte zwenking richting Donk, het verhoogde stuk van Beek. Vergezichten in een eenzaam landschap zijn de opvallendste kenmerken van deze Lieshoutse beemden. Daar ergens ook de eerste wagenrustpost van vandaag. In dit achteraf gebied toch ook nog een paar huizen waarvan de bewoners zich natuurlijk afvragen wat die wandelaars allemaal te eten en te drinken krijgen. Het spul is in ieder geval lekker heet en de boterhammen zijn goed besmeerd en belegd. Geen reden dus om daarvoor thuis te blijven. Bij een van die huizen moeten we achterom; het is een soort grondverzetbedrijf en die hebben de boel zaterdagmiddag niet ‘opgegrieseld’, zoals dat vroeger in het Brabantse toch wel gebruikelijk was. Voor het eerst wandelen we vandaag echt over veldwegen; gelukkig laat de dooi vandaag lang op zich wachten. Na de paden door het veld volgen onherroepelijk ook de slootkanten, in dit geval: de Donkervoortse loop. De kerktoren van Mariahout is een duidelijk oriëntatiepunt, wij zijn dus al een aardig eindje richting mijn woon- en verblijfplaats afgezakt. In dat gebied blijven we nog een tijdje ronddolen en stuiten onverwacht op het ‘hooggebergte’. Een bult in het landschap die er zaker niet van eigens is gekomen. Er staat een plaat bij die het pionieren in deze streek benadrukt. Over wat er onder die bult zit, laat de plaat zich niet uit. Wel een mooie uitkijktoren en een prachtig slingerpad door het kreupelhout. Langs de Mosbulten en Olen naderen we langzamerhand het dorpje Lieshout, waar we eerder vandaag al aan de oostelijke zijde voorbij gingen. Hier in het broekgebied ten westen van het dorp, hadden we al eens een ‘caféstop’ bij overnachten op de boerderij. De waterstandmeter is er nog steeds in bedrijf, maar verder is het wachten op de zomer.

In het Dorpshuis zit Jan van de Zanden op ons te wachten; nu de dokters met hem bezig zijn geweest, moet je wel even goed kijken, maar het baardje geeft aan dat hij het toch echt is. Jan, hou je haaks ! Van dat kopje koffie knap je weer lekker op en als er dan ook nog een paaseitje van Erik op volgt dan kunnen we er weer een aantal kilometers tegen aan. Als we buiten komen, schijnt het zonnetje nog wazig en er valt wat snippersneeuw. Bij de brug op de Deense Hoek, kun je Son zien liggen, maar wij zijn nog maar nauwelijks op de helft van onze wandeltocht. Eerst wandelen we door het bungalowwijkje dat ook Deense Hoek heet. Dan raken we steeds dieper in het bosgebied achter Gerwen en Nuenen.
Vroeger liep hier ook het Peellandpad, maar daarvan is nu geen spoor meer te bekennen. Ook de meeste mountainbikers zijn al naar huis. Kijk je toch even vreemd op als je de dag tevoren te horen krijgt dat we vandaag onze bospaden moeten delen. Gelukkig liggen we elkaar goed. Molenheide en Geeneindseheide zijn veelal bossen die naadloos in elkaar overgaan. Hier en daar een ven, dat natuurlijk iedereen in de buurt bij naam kent. Het vleugje ijs dat het water bedekt, doet de naam van onze wandeltocht nog eer aan; volgende maand krioelt het bij de vennetjes hopelijk met jonge eendjes. De blauwgele markering op de bomen, duidt erop dat we op het Hertog Hendrikpad zijn aangekomen. Veel van die verfsporen komen mij bekend voor. Ondertussen zijn de sporen op de bospaden ook veel intensiever, een teken dat er een afstand is ingevoegd. Niet lang daarna de bungalowtent met de dorstlessers en de laatste boterhammen.Nog tien kilometer te gaan. Eerst gaat dat over de bospaden van de Papenvoortse heide, maar langzaam raak je toch buiten het bosgebied en zie je rechts de bebouwing van Nuenen. De Helmondweg zorgt voor de nodige herrie en ook de lucht schijnt dat niet te willen accepteren: het wordt voelbaar kouder, zeker nu we ook de wind van voren krijgen. De Oude Postbaan is nog helemaal intact als zandpad en loopt parallel met de Helmondweg. We komen bij de splitsing van het Hendrikpad met de van Goghvariant. Dan gaan we het viaduct Beekstraat over en zien de Vaarlese vuilnishoop voor ons. Om er zeker van te zijn dat we alles duidelijk meekrijgen stuurt de wegenbouwer ons eerst richting het bloem- en tuinpark om later ‘de berg’ in zijn volle omvang aan ons voorbij te laten schuiven. Het boemeltje naar Venlo ratelt voorbij, onverstoorbaar gadegeslagen door de schapen van Adriaans. Zij kunnen er ook niets aan doen, dat dat mooie trapje zoveel geld kostte voordat het werd afgebroken. Of is het dan toch te doen om onze lenigheid in praktijk te brengen. Het slootje op zich, noch de slootkant zijn echte obstakels. Alleen die draden zorgen ervoor dat je toch bij je positieve moest blijven. Nog een bos, waarvoor Leontien speciaal een paar laarzen aanschafte en dan een echt schuifpad met blubber en sompig gras. Geweldig en dan de worst op het einde hangen ! De laatste wagenrust heeft soep met een knipoogje in de aanbieding. Oude bekenden hebben al opgeschept gekregen en als altijd is zo’n bakje soep toch de beloning voor het dagje inspanning. Iedereen, ook op de andere posten, bedankt. Op het laatste traject zie je al regelmatig een glimp van het betoverende wijkje, dat Helmond op de kaart probeert te zetten. Nog even volhouden want niet alle zijpaden leiden hier naar het paradijs. Alsof het vesting wil zijn, is de nederzetting omringd door waterpartijen. Een geschikt brugje brengt ons bij de trappen die toegang bieden tot deze moderne geborgenheid. Wij zijn even later weer terug op de plaats waar we vanmorgen vanuit het heden aan een dwaaltocht begonnen door het verleden. Met ons genoten 800 wandelaars van een prachtige tocht. Graag tot onze volgende wandeltocht op 15 maart vanuit St. Michielsgestel.
© AVA