In de Kempen kent de natuur geen grenzen.

Het is zondag 19 januari, de dag dat OLAT op stap gaat in het verste westelijke stukje van de Kempen. In de nacht trekt er een storm over het Brabantse land en omstreeks 5.00 uur gaan alle sluisdeuren van de hemel open. Jammer genoeg wisten ze dat in Hilversum al een dag eerder en die waarschuwde het volk en raadde ons aan maar in bed te blijven. Dan kennen ze Dini nog niet !! Eruit en we zorgen dat we op tijd bij de Hertenwei zijn. Er wordt gefluisterd dat er maar 3 auto’s kunnen staan. Weliswaar is het nog donker als we om half zeven richting De Mierden zijden, maar van regen is geen sprake meer. De voedselvoorzieningwagen voor straks onderweg staat er al en ook Joop, Jos, Jet en een paar anderen zijn al aan de koffie toe. Een ruim zaaltje is gereed om de wandelgasten te ontvangen. Tegen de tijd dat de startbel luidt is de zaal vol en kunnen we vol goede moed op weg. Ik wacht nog even op mijn maat, want die heeft gisteravond nog gebeld dat hij komt. Sjef laat echter nog even op zich wachten en ik besluit alvast alleen aan de onderneming te beginnen. Wellenseind is doormidden gescheurd door de autoweg Hilvarenbeek-Reusel en we moeten die weg even oversteken, maar dan is het al vlug gedaan met alles dat op de 21ste eeuw zou kunnen duiden. Via een poort betreden we privéterrein Wellenseind: een natuurgebied dat slechts een benaming is voor een klein onderdeel van een indrukwekkend natuurmonument waardoor wij vandaag onze weg of liever gezegd ons pad mogen zoeken. Hier alvast een hulde aan de man die het spoor voor ons heeft uitgezet en al die anderen die de pijlen op sublieme wijzen hebben geplaatst. De dagenraad heeft nog geen plaats gemaakt voor het zuinige daglicht dat ons vandaag wordt toebedeeld. De bospaden rijgen zich aaneen en het is goed opletten in het schemerdonker waar de pijl een andere richting aangeeft. Ik merk ook al dat het vandaag niet makkelijk zal zijn om te bewandelen zoals dat eigenlijk bedoeld is door onze voorvaderen. De heidevelden waarmee onze vroegere Kempen bijna helemaal was bedenkt ligt er hier nog net zo bij als toen de Bokkenrijders er tijdens hun strooptochten overheen raasden.

Hoe anders moet dat vele eeuwen later geweest zijn voor die geallieerde jongens die daar in 1943 zijn neergestort. De tekst op het monument waar we langs komen is nauwelijks nog te lezen, er staat: 'IN DE NACHT VAN 28/29 JUNI 1943 KWAM NABIJ DEZE PLAATS DE STIRLING BK703 (OJ.K) VAN HET 149 SQUADRON NEER. DE VOLTALLIGE BEMANNING KWAM HIERBIJ OM HET LEVEN.’ En dan volgen de namen van de jongens die hier hun leven voor onze vrijheid. Het pad is nauwelijks begaanbaar maar het moet lukken, want alle voorgangers zijn er ook doorheen gekomen, tenminste dat hoop ik. Waarom de mensen die in mijn buurt wandelen even later linksaf gaan voordat ze een slootkant opzoeken, weet ik dan niet, maar een tiental minuten later blijkt bij mijn rechtsaf slaan neer te komen op hetzelfde resultaat. Dat resultaat komt na enige tijd uit op een ‘heerlijke’ asfaltweg en niet lang daarna bij de eerste koffiepost. Regina ook weer een jaartje oudje deelt er bonsbons uit en dat smaakt natuurlijk goed bij een bekertje chocolade. We kunnen ook wel eens geluk hebben, en hier treffen we zo’n gelukte: er zijn geen zijpaadjes vol slijk te vinden. Maar dan gaan we weer zo’n klaphek door en zijn we samen met de wilde koeien te gast van het Brabantslandschap. Zodra we achter ons laten, nog een monument midden in de natuur.
Het tafereel is nu wat vrolijker: het stelt een ‘opgehangen jas’ voor, een herinnering aan het moment in 1993 toen hier wegens gemeentelijke grenscorrecties 5 gemeentegrenzen in een opgingen. Hoewel er een keurig pad ligt, mogen wij door de bosrand onze weg zoeken. Het zou een afgeleide kunnen zijn van voorsorteren op de snelweg, en inderdaad na een goeie halve kilometer slaan we rechtsaf een duister laantje in. Op de hei ligt een behoorlijk groot ven dat de Flaas wordt genoemd en nu weet ik weer waar we zijn. Het zal nu niet lang meer duren totdat de rustlocatie zal opduiken. En inderdaad, na toch nog talrijke bochtjes komt daar uitspanning De Bockenreijder in zicht. Deze herberg kent een rijke historie en de overlevering wil dat hier in vroeger eeuwen bandieten vaak een inval deden na hun omzwervingen door de Kempen. Deze boeven gebruikte bokken als rijdier vandaar de benaming van de boeven en de herberg.

Als trekpleister voor dagjesmensen bestaat deze gelegenheid echter pas 75 jaar en het kan er behoorlijk druk zijn. Ik besluit hier op Sjef te wachten, die een halfuurtje na mijn vertrek de achtervolging heeft ingezet. Het is altijd weer een bijzondere gewaarwording om hier een poosje te vertoeven. Op deze zondagmorgen is het niet druk, maar toch merk je aan alles dat het slechts stilte voor de storm is. Ik heb mijn kopje koffie of daar komt Sjef om de hoek. Die had vanmorgen zijn ‘tomtom’ op Lage Mierde ingesteld en daar wisten zij niet beter of die camping ligt ergens achter Hoge Mierde en daarachter is niks anders meer…..Samen vertrekken we even later voor de volgende verkenning. Wij volgen geruime tijd het sterk meanderende riviertje de Reusel. Tussen de statige bomen valt hier vooral de welig tierende rododendrons op. Wat volgt er na de Bockenreijder: enkele verspreid liggende boerderijen, allemaal met witrood geverfde luiken. Het zijn pachtboerderijen van het vroegere landgoed De Utrecht. Ook daar is het heerlijk toeven. We komen langs het hoofdgebouw van het landgoed met toren en al. Het gebouw werd zo’n honderd jaar bezet door de nieuwe eigenaren, verzekeringsmij D’Utrecht, die de omgeving liet cultiveren door de Heidemij. Het terrein is 2700 ha groot en herbergt een brok natuur. Het zou echter Fortis niet zijn als er heden ten dage wat ‘nieuwbouw’ wordt gepleegd in de vorm van wat verblijfjes, die wat luxer uitpakken. Om de mensen in hun drukke bestaan nog enig vertier te bezorgen is er voorzien in een golfterrein met heuveltjes en dalen, vlaggetje en waterpartijen; onschuldig vermaak en het loopt…….Het begint te miezeren zodra onze soeppost in zicht komt en daar worden we getrakteerd op een heerlijke erwtensoep.Na een halfuurtje is de bui alweer over en komt warempel het zonnetje er nog even bij. De paden worden nu echter haast onbegaanbaar en na elke ‘bunt hoop’ kun je een gat verwachten. Trouwens in mijn rechter bovenbeen begint een spier vervelend te doen. En omdat Sjef eigenlijk nog naar een feest moet, stel ik voor om vandaag toch maar voor de dertig te gaan. Zo gezegd, zo gedaan en daar duikt de afslag op richting Tuldense heide, het Rovertsebos laten we aan anderen over. Wij zijn nu in België en nergens is ons opgevallen waar een scheidingslijn eens geweest moet zijn. Bij het Jachthuis, ergens midden in de bossen, kunnen we de dorst lessen. Het knusse café heeft Leffe op de tap, maar cola is ook te krijgen.Niets wijst erop dat we vandaag de bewoonden wereld nog zullen binnengaan, of het moest dat wat achteraf gelegen hoopje, verbouwde caravans zijn. Niet lang daarna staat ook de achterdeur van de Hertenwei, gastvrij voor ons open en zijn we terug van een heerlijk ommetje weggeweest. Jammer, dat zo velen het lieten afweten vanwege een weersvoorspelling die niet uitkwam. Toch nog 595 wandelaars die wel kwamen opdagen en met ons hebben genoten.
© AvA