

OISTERWIJK EEN PAREL IN DE NATUUR
Het is half november en dus nog in het donker op weg naar Oisterwijk. Wij naderen het dorp vanaf richting Spoordonk over een spiksplinternieuwe weg. Eerst nog wat velden en weilanden, maar al gauw verandert dat in zicht op donkere bossen met daartussen een hotel en restaurants, af en toe een villa en een complex dat pronkt met de natuur: de Rosep. We moeten nog even verder door en dan linksaf, dan aan het einde rechts en daar ligt onze gastlocatie voor vandaag: Kleijn Speijck. We beschikken hier over de brasserie, een gezellig ingerichte ruimte, waar het al snel vol loopt. Er zijn veel bekenden van OLAT, maar ook andersgezinden laten het beslist niet afweten. Het ziet er naar uit dat de langste afstanden van 30 en 40 km goed in de markt liggen. Iedereen heeft natuurlijk de vooruitblik in het clubblad of op de site gelezen waarin staat aangekondigd dat naargelang de gekozen afstand het wandelgenot alleen maar zal toenemen. En wij geloven dat graag. Wandelmaat Sjef is mooi op tijd en ook Thieu is present, die zal een groot deel van de afstand met ons optrekken. Zodoende kunnen we direct na de gong naar buiten. De schemering maakt aarzelend plaatst voor wat bleek daglicht. We zijn amper de deur uit en kiezen al meteen de verkeerde weg. Gelukkig staat Ad uit Keldonk daar paraat om ons te behoeden voor nog meer verkeerde stappen. Wij gaan direct het bos in, hoe kan het ook anders en letten nu wel op waar de andere wandelaars de juiste dreven kiezen. Bij de Oisterwijksebossen behoren ook vennen en daar passeren wij er, in de aanloop naar het onbekende, twee van: het Kolkven en het Allemansven. Hoe ze juist die twee weten te vinden uit al die andere moet je maar eens aan Ad vragen. Veel zal hij daar natuurlijk niet over los laten en ook vandaag noemt hij slechts drie omgevallen eiken als aanknopingspunt. Het nodige slijk hebben we echter al aan onze pas gepoetste schoenen hangen op het moment dat we daar in de buurt komen. Natuurlijk vallen 3 eiken in een hoofdzakelijk uit dennen bestaand bos wel op, maar toch….. En wat over drie jaar als we hier weer eens terug zijn. ! Nu maken we ons evenwel geen zorgen. Sjef, vogelkenner bij uitstek, maakt ons attent op diverse vogelgeluiden, waaronder de boonklever, die vanmorgen wel heel druk in de weer is. We genieten van de rust die de vennen uitstralen. Hoe lang liggen die plassen hier al. De ijstijd wordt genoemd. Maar ja, dan weet je nog niet alles, want die strekte zich uit over miljoenen jaren en het dichts bij wordt dan 10.000 jaar BCh genoemd. De kleine ijstijd kan het ook niet geweest zijn, want die viel ergens in de middeleeuwen.

We zien al aftakkingen voor de kortere afstanden en de omgeving maakt plaats voor kleinere woongebieden in het vooral agrarische landschap. Fantastisch ginds die boerderij, gezien over het weiland omzoomd door een houtwal. De eerste wagenrust treffen we op bijna 5 km, een warm opkikkertje is altijd welkom. We volgen nu een bepaald wegenpatroon, waarin Google maps nog nauwelijks geloofwaardig is, maar na elk ingeslagen straatje volgt toch weer een nieuwe kans. Midden tussen al dat nostalgische boerenverleden, staan we ineens bij een uitbater op het erf. Zelfs op dit vroege uur is aan alles gedacht. We kunnen binnen zitten, of onder een afdakje, nu al genieten van een pas geroerde soep en voor de liefhebbers is er ook al een drankje.
Als verstandige heren houden Thieu, Sjef en ik het op een tas koffie. Intussen hebben de twee dames bij het soepstalletje Willem zijn blote knieën, net onder zijn korte rokje ontdekt, als dat maar goed afloopt. De Gerrithoeve, een aanbeveling als jullie nog eens die kant op gaan. Je mag het geen pad of weg meer noemen, maar het staat toch echt op de beschrijving en het zal ook wel bedoeld zijn om er te wandelen, want op een zeker moment treffen we zelfs een paaltje met enkele spreuken. Links van ons, eens vruchtbaar bouwland en nu natuur in wording. De 20 km wandelaars mogen via een draaipoortje dat gebied binnengaan. Wij komen uiteindelijk terecht in het stroomgebied van de Beerze. Dit gebied is in de afgelopen jaren geheel nieuw ontwikkeld om flora en fauna een hernieuwde kans te geven zich te ontwikkelen. Het meest opvallende voor ons, als wandelende leken, zijn de vistrappen in de sterk meanderende beek. De nieuwe natuur is nog magertjes en nu alle leven in struik en plant even een dutje doet, krijg je hier het gevoel dat de winter al echt in aantocht is. De watermolen bij Spoordonk is gerestaureerd en floreert voor feesten en partijen. De molen die stamt uit de 15e eeuw is na de restauratie eind vorige eeuw, weer volledig in bedrijf als watermolen die wordt aangedreven door waterkracht van het riviertje de Beerze. Er worden rondleidingen verzorgd waarbij alle facetten van de molen in bedrijf worden getoond. Leuk zijn ook het bruggetje en hat pad die speciaal zijn aangeld om belangstellenden dichter langs de molen te voeren om hen zodoende uit te nodigen een bezoekje te brengen aan dit pronkstuk in het kerkdorp Spoordonk. Als je er de geschiedenis op na leest heeft er vroeger nog een kasteel gestaan, waar de familie De Merode woonde. Ik zou hier te veel gaan fantaseren wilde ik daarover nog iets nieuws aan het licht brengen. Zeker is wel dat de witte boerderij die we even later aan de overzijde van de Beerze zien, een oorspronkelijk koetshuis van het kasteel is geweest. Dus toch nog tastbare historie hier in Spoordonk, waar verder alleen nog obstakels in/op de weg liggen, die je behoorlijk laten schrikken als je toevallig eens zonder erg vlug ergens anders naar toe wilt. Wij hebben er vandaag helemaal geen last van, want we gaan achterom. Toch nog een flink eindje naar de Stapperij, waar Jan al vol verwachting op ons zit te wachten. We kennen de locatie van eerdere bezoeken, ook daar is het goed toeven. Weer buiten, blijkt het te regenen, maar niet genoeg voor extra maatregelen. Na een kwartiertje is het alweer droog. Halverwege Oirschot worden we pas echt het boerenlandschap in gestuurd. Aan de straatnamen valt geen touw te knopen. Wat te denken van Pandgat? Ik heb wel een plaatje geschoten van een riante woning die deze naam niet zou misstaan! Tot nu toe hebben we eigenlijk niet veel meer gedaan dan koffie drinken, dus wordt het tijd om even een echt stukje te gaan wandelen. Eerst zetten we Thieu af bij de splitsing voor de 30 km. Hij belooft ons dat hij recht naar de finish zal wandelen. Natuurlijk, want hij mag met Riet mee naar huis. Pure Limburgse aanhankelijkheid, daar zijn we trots op. Natuurlijk hebben Sjef en ik ons laten beïnvloeden door de voorbeschouwing van Mirjam, in ons clubblad. Het moet ergens tegen een uur zijn geweest, wanneer wij bij een sloot komen waar je zo maar niet overheen springt. Sjef, nog best lenig voor zijn jaren, steekt me een handje toe en daar ga ik. Gelukkig voor Sjef gaat mijn linkerbeen in de vrije val anders hadden we allebei voor kikker kunnen spelen. Met wat hijs- en trekwerk geraak ik aan de overkant. Iets in de knie is wel even hinderlijk, maar het gaat. En dat moet ook want we zijn pas halverwege. De tocht gaat verder door het kreupelhout met nog meer slootjes, maar ook niet meer dan dat. Een heus draaihekje brengt ons in een weiland met een paadje. Aan de andere kant weer een hekje en een asfaltweg die we vlug oversteken, er kan elk ogenblik iets van links of rechts komen en dan kun je maar beter aan de andere kant zijn.

We gebruiken de lunch op een bankje met een tafel aan de ingang van natuurgebied De Mortelen. Daar komt Rinda aan, onze redactiemedewerkster uit Zwolle. Vol lof, maar ze moet er vandoor. En daar zien we de baas zelf aankomen. Ad in zijn dooie eentje, genietend van zijn eigen wandelproduct. Hij weet wat ons nog te wachten staat, en hoop doet leven. Van de zomer, zegt Ad, was het hier overal droog en groen. Ik zie jullie straks nog wel. Houdoe ! Kleine percelen bouwgrond, omzoomt door houtwallen, zijn kenmerken van dit gebied. Slootjes duiden erop dat er een overschot aan water is, dat moet worden afgevoerd. Over de infrastructuur valt vandaag alleen te vertellen, dat de ondergrond behoorlijk meegeeft en dat elk paadje eigenlijk twee keer genomen moet worden.
Je gaat van links naar rechts en andersom om maar enig houvast voor je schoenen te vinden. Het mooiste gebied in Nederland om te wandelen. 1200 Hectare is het gebied de Mortelen groot, dus we mogen nog vaak terug om het helemaal te bezichtigen. Het is heel afwisselend: landerijen, kleinere bosgebieden, dan weer dat knusse veldje ingeklemd tussen die houtwallen. Soms zie je een oude boerderij, al honderden jaren in bezit van agrarische families. Zo moet ons edele Brabant er vroeger overal hebben uitgezien. Dit alles is nu onderdeel van het natuurontwikkelingsproject Het Groene Woud; een gebied dat zich uitstrekt tussen Tilburg, Den Bosch en Eindhoven. Als dat zou kunnen, van mij mogen ze er morgen al aan beginnen ! Even worden de lanen iets breder en kunnen we weer gewoon doorstappen. Verscholen achter een boerderij ligt het statige herenhuis Heerenbeek, dat een beetje aan een modern sprookjes kasteel doet denken. Helemaal wit gepleisterd en met torentjes op de hoeken. Eind vorige eeuw ging het in vlammen op, maar daar is nu niets meer van te zien. Sjef meent nog even de sporen van een oerbeest te zien, die hier ongetwijfeld nog voorkomen. Dan zien we onze verzorgingspost. We waren voorbereid op een grotere afstand, maar na 10 km vinden we het ook al best om een bouillon te drinken. Het kraampje wordt gerund door Tonnie, Arno en Piet. Er zijn nieuwe stoeltjes met een gebruiksaanwijzing; gewoon gaan zitten kan ook. Nog 15 km naar de finish en de knie houdt het voorlopig nog. Wel voel ik ‘iets’ aan de binnenkant van de linkerknie. Een bandje dat een knak heeft gekregen? Langzamerhand komen we in de buurt van de Kampina, weer zo’n gebied waar we als Brabander zo trots op zijn. Dit natuurgebied draagt nog alle kenmerken van het oude kempische heidelandschap met vennetjes, bosjes en heide. Ook komen we nu meer wandelaars tegen die op eigen houtje een tochtje doen. Opvallend toch dat ze allemaal wel een papiertje of boekje bij zich hebben met een of andere routebeschrijving. Even zien we nog de witrode markering van het Pelgrimspad; hoe vaak hebben wij dat pad al gevolgd? Nog enkele bospaden en de passanten worden al een beetje familiair. Ze zijn benieuwd naar de afstand die we hebben gedaan. Er is er zelfs een bij die de Kennedymars van de Langstraat op zijn naam heeft en een echte kenner is. Nee, vandaag had hij geen tijd, hij moest met de vrouw mee. We halen bekenden in van clubreizen, ze doen de 20 en Co is al bijna klaar met zijn zoveelste rondje. Niet toevallig natuurlijk, dat die ook steeds langs de laatste wagenrust komen met de soep. Het is nog gezellig druk en Sjef en ik nemen ook even de tijd. Ook weer niet te lang blijven plakken want Sjef moet nog naar een feest op Eind. In het laatste stuk naar de finish krijgen we te maken met een routewijzing op last van bevoegde instanties en die vindt zijn oorzaak in de wegwerkzaamheden in deze omgeving van Oisterwijk. Natuurlijk wel even lastig voor Ad om daar een paar dagen voor de tocht mee te worden geconfronteerd, maar hij heeft het keurig opgelost. We doen zelfs nog een vennetje aan, beklimmen een stuifzandberg een maken tot slot een rondje om Kleijn Speijck. Wij zijn weer terug op locatie. De grote pilsjes zijn uitverkocht maar er is nog voldoende nat beschikbaar om de eerste dorst te lessen. Eerder op de dag had Dini me al ingefluisterd dat er ruim 300 deelnemers op de 30 en 40 km waren, een ongekend hoog aantal. En met z’n allen bij elkaar kwam het deelnemersaantal vandaag zelfs op 1105. Ook dat mag er wezen. Wij treffen elkaar bij de Grenzeloze Tocht op 29 december in Luyksgestel, of anders zeker in januari in de Hertenwei te Lage Mierde bij onze eerste tocht in het nieuwe jaar.
© -AvA-