
Wandeltocht OLAT vanuit Sint Michielsgestel: schot in de roos.
De weersvoorspellers hebben nog even geprobeerd om ook dit weekend af te raden, maar jammer voor hen was het pech hebben en daarmee alle geluk voor de deelnemers aan onze tocht: het werd een fantastische dag. Omdat er ook een 60 km afstand op het programma stond was het al vanaf halfzeven behoorlijk druk op dat hoekje van de Sint Michielsstraat. Absoluut was er klaar voor. In een mooi aangeklede ambiance konden wij ons inschrijven voor deze tocht inclusief het extra rondje van 20 km. Deze lus zou ons door een min of meer onbekend gebied gaan loodsen. Voor het zover was, moesten de meeste lange afstandlopers echter ervaren dat bij wandelen ook nog even goed opletten hoort. Maar niks daarvan kwam bij ons op en als een uitgerekt rijtje douwtrappers gingen we achter elkaar aan langs de Dommel; echter de verkeerde kant op. Een sluizencomplex bracht ons in verwarring en al vlug bleek, dat we aan het begin iets anders hadden moeten doen dan de aanwezige pijlen ons deden vermoeden. Het zal wel bedoeld zijn om er in te komen. Bij elkaar zo’n 79 wandelaars trokken op deze vroege morgen door het ingedijkte landschap van het vroegere broekland, met voortdurend zicht op ons provinciehuis. Halder, de Haanwijk, kasteel Nieuw Herlaer. Een weiland met zompig gras en eenzame gehuchten, die geen naam dragen. Opvallend zijn de vele diepe kuilen, gevuld met gitzwart water; het zijn overblijfselen van vroegere dijkdoorbraken. Bij de eerste wagenrust ligt de ontbijt koek klaar en de chocolademelk is lekker warm.

Een prachtig laantje ingericht als fietspad laat ons bijna vergeten waaraan wij bezig zijn. Dan weer iets warms om te drinken. We gaan achter Den Dungen door en alsof de wereld hier plotseling ophoudt worden we dan ook nog het struikgewas ingestuurd. Op zich niet erg, maar er zitten prikkers aan de stugge takken. We gaan nog even kijken in Maaskantje en dan zit de lus er alweer bijna. Door dat verkeerd lopen aan het begin van de tocht, is het groepje vroege vogels aardig uitgedund. Een tiental wandelaars heeft er de voorkeur aan gegeven om eerst de reguliere 40 km tocht te voltooien en pas na terugkeer van die tocht aan het extra rondje te beginnen.
Het gevolg hiervan was dat ze eigenlijk alleen bij de caférusten terecht konden voor verzorging en de lus zonder bepijling moesten wandelen. Iets na elf uur beginnen wij aan onze 40 km tocht. De belangstelling voor de tocht is zo overweldigend dat er geen routebeschrijvingen meer beschikbaar zijn. Geen probleem, want er zijn wandelaars genoeg op de been om achterna te lopen. Dat paadje langs de Dommel kenden we al, maar er ligt nog veel meer moois op ons te wachten. Bijna in Gemonde moeten we een hele omweg maken om bij de verzorgingspost te komen. Soms is het net of die bouwer het erom doet: eerst een mooi plekje zoeken voor de verzorging en dan uitzien naar het onopvallendste paadje. Vakkennis noemen ze dat. Na de rust komen we toch nog even in Gemonde. Heel lang kun je ook niet in dat dorpen blijven want het is maar klein. De straatnaam genoemd naar de patroonheilige met de kerk erbij beslaat zo ongeveer de totale breedte van het dorpje. Sjef weet daar nog ergens een kennis wonen. Verder is er alleen harde weg die ons goed van pas komt.

Er liggen daar toch wat groene vlekken in het landschap, die bossen doen vermoeden. We gaan wel even kijken. Het is dan ook echt kijken, want bij onze tochten is het nooit rechtstreeks van A naar B; nee dat gaat altijd via omwegen, of liever gezegd van die laantjes vol met bladeren, overblijfsels van vorige zomers; die nieuwe staan nog een beetje weifelachtig in knop. We gaan het park weer uit, maar niet voor lang. Nu is het een mooi stenenstraatje van Brabant Water. Anderhalve kilometer zonder te hoeven kijken waar je loopt….! Even later een voorproef van dat natuurgebied, waar ze in Rooi zo trots op zijn; en gelijk hebben ze.
Café ’t Groene Woud op een mooie zondagmiddag, je zou er elke weekend wel naartoe willen. De tijd is hier blijven stilstaan, jammer genoeg geldt dat niet voor ons. Het oude spoorlijntje ligt er te wachten op vervlogen tijden. Cor, een van de pechhebbers van vanmorgen, maar die pas bij Gemonde besloot om toch maar even het lusje tussendoor te doen, haalt ons hier in. Knap werk, zo in je eentje. Na de welkome rust gaan we echt de Geelders in, want zo heet dat stuk natuur in het echt. De paden zijn redelijk tot goed te begaan. Er is ook nog een omleiding doorgevoerd omdat de boswachter liever niet zo veel volk door zijn hertenweitje zag komen. Wat we wel kregen, was waarschijnlijk even mooi. Eindeloze natuur, dan schampen we nog even de Dommel en het lijkt of de wereld ook hier bewoond is. Ook hier staat nog een verzorgingspost op ons te wachten. De pijlophalers maken hun plan voor de komende uren. Daarna komen we in een heel andere wereld. Het doet zelfs een beetje deftig aan daar in die boslaan bij Boxtel. Even verderop de grote waterplas, die je altijd zo mooi ziet liggen vanuit de trein als je ’s morgens vroeg op weg bent naar de Vierdagen. Die gedachte komt natuurlijk op omdat ik me weer heb ingeschreven voor dat gebeuren rond Nijmegen. We naderen Esch, dat we helemaal mogen bezichtigen. Lies, besluit om hier een punt te zetten achter dit eerste grote avontuur: haar ideaal is de 80 van de Langstraat tot een goed einde te brengen. Dat zit er, gezien de prestatie van vandaag, beslist in. Bij het Pumpke vergis ik me in de deur: een herrie, ik heb maar niet gekeken waar die vandaan kwam. In de zaal achter is het stil. Wij zijn de laatsten voor vandaag denken wij. Een paar vriendelijke jonge dames zij bezig de zaak aan kant te werken. Ze bedienen ons graag. Een flesje donker!! Er liggen nog ongeveer 10 km tussen ons en de finish en de tijd tikt naar half zes. Weer een mooi stuk graspad langs de Essche stroom, dat pad heeft zich vandaag goed gehouden. Bij de brug verlaten we de stroom en pikken nog een stukje van het dorp mee en haasten ons over de spoorlijn.

Deze laatste kilometers zijn een ware beleving: het ene landgoed verloopt in het andere. Prachtige namen die de omgeving enigszins trachten te benoemen. Hier te wandelen doet alle vermoeidheid van de dag opgaan in een sfeer van bewondering. Wij zijn blij met onze parkoersbouwer die dit alles voor ons in beeld heeft gebracht. We mogen nog even door ‘de ‘voortuin’ van een landgoed en dan ven verderop staat de bewoner van weer een ander prachtig landhuis aan de poort en vraagt belangstellend of er nog meer mensen komen. Nee, hij heeft beslist geen last gehad van zoveel wandelaars, hij vond het juist fijn. Dat is gastvrijheid. Op zijn huisje staat met grote letters: Eikenhorst. Nog even stoeien met een ‘verkeersader’ en we zijn weer terug in de bossen.
Een mooie fietspad nodigt uit om vaart te maken. Een viertal kilometers voor de finish staat Piet te wachten met de laatste soep van de dag. Omdat Sjef graag de spelregels: tijd is tijd in acht neemt, laat ik hem zijn laatste sprintje met de tijd aangaan. Er komen nog 4 wandelaars na ons. We hadden vandaag nog niet gezien. Ze trainen voor de grote midzomer Uitdaging van 100 km op de Veluwe. Gelukkig heb ik dan iets anders om handen. Het was een fantastische wandeldag waarvan heel veel wandelaars hebben genoten. We mogen ook wel even trots zijn op deze club, zijn parkoersbouwer en alle medewerkers binnen buiten, die hebben meegeholpen om 1445 wandelaars een onvergetelijke dag te bezorgen.
© AvA