

Na ruim 35 jaar toch nog een Continental Centurion - speld
Dit voorjaar kreeg Boetje Huliselan een onalledaagse vraag: of Mart Kroezen nog aanspraak kon maken op de Centurionspeld die hij in 1973 verdiend had door in Sint-Oedenrode de 100 Engelse Mijl binnen 24 uur te lopen. Dat hij in de loop der jaren al zijn medailles en wandelboekjes is kwijtgeraakt vindt Mart achteraf heel jammer. Maar het gemis van die ene, bijzondere Centurionspeld zat 'm toch wel het meeste dwars. En dus zocht hij na ruim 35 jaar contact met OLAT.
De 100 EM (ruim 160 km) van 1973 was indertijd de allereerste Centurionwedstrijd op Nederlandse bodem. Het evenement was georganiseerd door OLAT's grondlegger Cornelis van Montfort, die als verwoed lange-afstandswandelaar in Engeland al eerder diverse malen aan Centurion Races had deelgenomen. Mart Kroezen behoorde tot de 20 wandelaars die de Rooise monstertocht succesvol uitliepen (hij kwam binnen op nummer 19) maar kon zich niet meer herinneren of hij van OLAT ooit die speld had ontvangen. Hij dacht van niet.

Sterker nog, pas onlangs kwam hij erachter dat zo'n Centurionspeld bestond. Tja, zo'n 'antieke' geëmailleerde speld tover je niet even uit de achterzak. Vooral niet omdat ze allemaal een uniek nummer hebben, dat voor eeuwig verbonden blijft aan de persoon die deze formidabele prestatie leverde. Die moest dus speciaal nagemaakt worden. Ook duurde het even voor de benodigde gegevens boven water gehaald waren. Maar op 12 juli kan dan toch een delegatie afreizen naar Tilburg om na ruim 35 jaar het zo vurig verlangde kleinood te overhandigen.
De ceremonie vindt plaats in het verzorgingshuis waar Mart Kroezen (geboren in 1936) sinds enige tijd woont. Behalve Boetje is namens OLAT Joop Wesseling van de partij en vanuit RWV (dat tegenwoordig de Nederlandse Centurionspelden in beheer heeft) Gijs den Ouden. Alle drie hebben ze iets bij zich om te overhandigen: Boetje de oorkonde, Gijs de speld en Joop de bijbehorende, geborduurde badge - met het advies om die vooral op een donkerblauwe blazer te dragen omdat-ie daar zo mooi op uitkomt. Mart Kroezen toont zich blij verrast, hij had alleen een speld verwacht. Op de ook nieuw vervaardigde oorkonde staat in hoeveel tijd hij de 100 EM heeft volbracht: 23 uur en 47 minuten precies. "Een heel goede tijd, ook vandaag de dag nog", benadrukt Gijs. Het document is bovendien ondertekend door vertegenwoordigers van twee verenigingen - een unicum.
"Die oorkonde laat ik inlijsten", zegt Mart, die vermoedt dat dit in zijn tehuis een mooi gespreksonderwerp gaat opleveren. De publiciteit in de plaatselijke krant zal daar vast ook aan bijdragen. Verrassing: de fotograaf van het Brabants Dagblad blijkt zelf lange-afstandswandelaar geweest te zijn. Tien jaar geleden kwam hij in de Nacht van Loon tot 104 kilometer, vertelt hij. Nu is het niet meer te combineren met zijn werk.

Als het officiële gedeelte erop zit, wordt er nog een uurtje gezellig nagepraat. Mart lepelt sportieve herinneringen op alsof het gisteren was. Ook heeft hij blijkbaar de OLAT-website goed bestudeerd, want hij weet precies aan welke wandelevenementen Boetje recentelijk heeft deelgenomen: "Je doet het goed hoor, Boetje!" Zelf kan hij terugkijken op een groot aantal lange-afstandstochten, waaronder zestien Kennedymarsen. Behalve de klassieker Amsterdam-Tilburg heeft hij eigenlijk zo'n beetje alles gewandeld wat er in zijn actieve jaren te wandelen viel. "Vroeger had je nog een doktersverklaring nodig voor zulke tochten" vertelt Mart. "Toen ik in 1971 Amsterdam-Leeuwarden wilde lopen, kwam zo aan het licht dat ik een liesbreuk had.
k heb 'm toch uitgelopen en ben meteen erna het ziekenhuis ingegaan." Zijn wandeltraining bestond vooral uit 'woon-werkverkeer': vanuit zijn toenmalige woonplaats Goirle 6 km te voet naar een Tilburgse uitgeverij. "Ik deed er drie kwartier over; ik wist dus wel dat ik goed kon lopen. Nu zou ik een 100 EM niet meer kunnen, maar 6 km per uur haal ik nog steeds." Lid van een vereniging is Mart Kroezen nooit geweest, wel van de KNBLO. "Wandelen was voor mij een manier om sociale contacten te leggen, want mijn werk bij de uitgeverij was tamelijk eenzaam", vertelt hij.
Cornelis van Montfort heeft hij goed gekend en ook herinnert hij zich nog Jef Ploum, OLAT-bestuurslid van het eerste uur. "Die reed tijdens de tochten in Sint-Oedenrode altijd met een karretje rond om de posten te bevoorraden." De 100 EM heeft hij niet ervaren als een wedstrijd. "Als ik maar binnen de limiet binnen was, vond ik het goed. Het parkoers bestond toen uit rondjes van ongeveer 15 km. Dat was fijn, dan heb je overzicht hoe het gaat. De verzorging was op de boerderij van Cornelis in Olland. Na een poos voelde ik ergens een blaartje onder mijn voet. De Rode-Kruiser die mij 'uitpakte' zei: 'een blaartje? Ik heb nog nooit zo'n grote blaar gezien'. Na afloop heb ik de klok rond geslapen en liters karnemelk gedronken om het vocht aan te vullen. En de dag erna gewoon weer aan het werk."