.
Een mooi stukje van de GR 5

Het is vandaag 26 april en we zijn zo juist aangekomen in Vielsalm, een bekend toeristenstadje in de Ardennen. Het startcafé ligt tot ieders verbazing niet op de afgesproken plaats; daarom lopen we nog even te zoeken naar de routebeschrijving. Jan staat ondertussen met zijn boekjes te wachten voor een café in de Oude Marktstraat en dat is al een mooi eindje richting de finish. We verlaten de stad via een sterk stijgende weg en passeren in het voorbijgaan een monument en een begraafplaats. Waarschijnlijk zijn we toch in de Hoge Ardennen want onze paden blijven de stijgende lijn aanhouden. Het zonnetje is er sinds vanmorgen ook weer bij, daar hebben we ongeveer drie maanden op gewacht. Dat wordt dus genieten ! Even voorbij Neuville rijden de bus en het volgbusje ons voorbij, die zijn met de gevulde kippen op weg naar de soepremise ergens in de buurt van onze finishplaats: Burg-Reuland. Voor ons dus geen reden om even wat hogerop naar ‘So Bechefa’ te kuieren om daar de overdekte barbecue-installatie uit te proberen. Maar nog wel ruim 25 km wandelplezier in petto.

Wat een verrassing als even verderop bij een afslag ons een groepje wandelaars uit het Rooise tegemoet komt, die zaten vanmorgen toch ook vrolijk bij ons in de bus. Er zijn dus meer wegen om het einddoel te halen, zullen we maar denken. Zij hebben in ieder geval een vrolijke noot in hun midden en die zal ons vandaag regelmatig met mooie melodietjes begeleiden. Voorlopig wandelen we nog door een groot bos, maar Mirjam heeft ons in haar ‘vooruitblik’ beloofd dat we veel mooie vergezichten te zien krijgen, dus onze blik blijft hoopvol vooruit gericht. Daar treffen we even een open stuk in het woud en hebben ook meteen bijna natte voeten. Lopen we daar ineens door een riviertje, of heeft het stroompje zich vergist en maakt het ook handig gebruik van de parkoersbeschrijving van deze GR?
Prachtig, deze beekjes die geregeld ons pad kruisen en soms ook, zoals hier, ons vrolijk tegemoet stromen. Ineens schrikken we op: is daar een koe die ons volgt? Nee hoor! Willem brengt zijn apparaat in stelling en met een imponerend, strak ritme begeleidt hij ons bergopwaarts. Deze GR is een onderdeel van het wandelpad dat ergens aan de Hollandse kust begint en dat verder zijn weg zoekt door Vlaanderen en Wallonië om daarna door Luxemburg en Frankrijk uiteindelijk na zo’n 2500 kilometers uit te komen in Nice, aan de Middellandse Zee. Voor vele wandelaars is het een uitdaging om dit pad eens in hun leven volledig te bewandelen. De meeste pelgrims gebruiken deze GR5 ook als aanlooproute op hun voettocht naar Compostela in Spanje. In ons midden vandaag onder anderen Piet en Fonny van Buul, getooid met de Jacobsschelp op hun rugzak, ten teken dat ook zij de pelgrimsroute volgen. Al een tijdje genieten we van het prachtige uitzicht, glooiend heuvelland af en toe onderbroken door groepjes bomen. Eindeloos ver kun je hier wegkijken, we wandelen bijna op 500 meter boven de zeespiegel. Na 10 km komen we in Commanster, een dorpje dat je pas opmerkt als je er bent. Het eerste wat je dan ziet is een soort kasteelhoeve uit ver vervlogen tijden. Het kasteel van Commanster werd in 1741 gebouwd door Henri François Baptiste. In de bovendrempel van de toegangspoort is deze constructiedatum terug te vinden. In het kasteel kan de bezoeker de Cervoise van Commanster proeven. Ook kan men er een hapje eten, maar pelgrims doen dat liever ergens anders, bijvoorbeeld voor de kerk of op andere knusse plekjes. Piet is er even goed voor gaan zitten. Ons ontging op dat moment de mogelijkheid om even 'op stand' te lunchen of iets dergelijks. Helaas, een betere kans deed zich later ook niet meer voor. Wat ons nog wel opviel was de manege midden in het dorp. Echter toen was ik nog niet geïnformeerd over de faam die deze Nederlandse ranch hier geniet: ze biedt de toeristen een uitzonderlijke mogelijkheid om de Ardennen eens te paard te leren kennen.

Uit de verte komen melancholieke klanken tot ons van rust en eenzaamheid. Wij trekken verder en de omgeving wordt alsmaar boeiender: vergezichten naar alle kanten. We stappen van de ene provincie in de andere. Of we nu in het Luikse of in het Luxemburgse terecht zijn gekomen, wat maakt het uit ! Een mooi asfaltwegje leidt ons door een bos. Een picknicktafel met banken nodigt ons voor het middagmaal: beschuitbol met chocola. Even zwaaien naar de voorbijgangers, die het al even goed naar hun zin hebben als wij. De lente is aangebroken, ook in de Ardennen.Een kwartiertje pauzeren doet je goed en we kunnen er weer tegen. Nu geen bossen meer, maar panorama's zover het oog reikt. Zelfs door het jonge struikgewas zie je oneindige landschap voor je uitgestald.
En dat het zo al heel lang is, bewijst een kruis als grafmonument uit 1881. Welke historie zal hier eens geschreven zijn? De tekst op het monument is onleesbaar door de tand des tijds, maar na wat speurwerk kom ik erachter dat het hier om de smokkelaar Servatius Hermann gaat. Na het ontstaan van het Koninkrijk België ontstaat er een in deze omgeving een levendige smokkelhandel tussen de arme bevolking in dit oostelijke grensgebied, dat onder Pruisisch beheer valt, en het nieuwe koninkrijk. Vooral tabak, zout en koffie waren gewilde artikelen, maar ook lucifers deden het goed. Tijdens zo’n smokkeltocht werd op 12 oktober 1881 bovengenoemde Servatius Hermann doodgeschoten door de grensbewaking. Het wegkruis dat aan deze daad herinnert wordt hier ‘Voss se Kregs’ genoemd. Zijn we weer bijgepraat. Nog meer historie treffen we amper een kilometer verderop. Daar lopen we tussen twee wallen door, eens dienend als talud voor een spoorbrug. Voordat we de bewoonde wereld bereiken, zijn we alweer een kilometertje of vijf verder. Ondertussen is ook de spreektaal veranderd. Het riviertje de Braunlauf geeft hier de scheiding aan tussen Franstalige en Duitstalige Belgen. Even hebben we nog gezocht naar een heuse rivier die zo’n allesomvattende ommekeer in de volksaard kon bewerkstelligen, maar echt, het is niet meer dan een slootje van anderhalve meter breed. Naar deze sloot is ook het actieve dorp Braunlauf genoemd. Alhoewel dit dorp nog geen 500 inwoners telt, wordt er jaarlijks door de jeugdvereniging een ‘Spel zonder Grenzen’ georganiseerd. Maar van deze activiteit valt nu niets te bespeuren en we zijn het dorpje al door voor we er erg in hebben - nou ja, op het fikse stijgingspercentage na dan. Bij een berg hoort een dal en dat heet hier de Vallei van de Braunlauf. Toon en Miet, echte Brabanders, zitten te genieten op een bankje en ook Sytse ziet dat wel even zitten. We steken de sloot over die zijn weg verder zoekt richting de Our, en die kennen we nog van vorige maand! Nog een uurtje wandelen en we zijn bij de soeppost, die daar strategisch staat opgesteld. Strategisch, omdat volgens zeggen de laatste tijd dit kostelijke vocht nogal eens wordt 'gemist'. En het heeft geholpen. Bij de post heerst een gezellige drukte en ook Willem brengt zijn apparaatje weer eens tot leven.
Verderop passeren we nog een soort bunker, die van buiten geen kenmerken draagt. Het blijft dus gissen wat er achter de deur voor ons verborgen blijft. Als we even later, na een zwenking van de weg, wederom de klanken van de doedelzak over de vlakte horen galmen, zien we Willem op deze bunker hoog boven het veld zijn muzikale nootjes persen. Roel van der Wijst stuurde me de bijpassende en andere plaatjes ter opluistering van deze geschiedschrijving, waarvoor dank. In de verte voor ons zijn de contouren zichtbaar van het Eifelgebergte. Ook de omgeving krijgt langzamerhand een ander uiterlijk. Weer meer bossen en de hellingen worden ook iets steiler. We weten dat we nu in de directe omgeving van Burg-Reuland zijn, maar nog nergens valt iets van dat stadje te bespeuren.
Nog een laatste bocht en daar ligt het dan - weliswaar in een dal, maar toch ook weer op een heuvel. Na een heerlijke verfrissing bij een koele bron, nemen we de aanloop naar de burcht die we deze keer op ons pad vinden voordat we het stadje mogen binnen wandelen. Die forse muren staan daar al even en zullen het nog wel een tijdje uithouden. Tien eeuwen geleden hebben hier al mensen gewoond en er werd natuurlijk ook flink gevochten, anders hadden ze die stevige muren van de burcht, die uit de 13e eeuw stamt, niet nodig gehad. Om bij de kerk te komen moeten we nog ongeveer een kilometer links en rechts manoeuvreren, maar dan zijn we ook weer echt thuis in de Konditorei van de Familie Richter. Zaten we daar vorige maand nog binnenshuis van onze versnaperingen te genieten, nu is het heerlijk toeven op het terras met gelijksoortige heerlijkheden. Na een uurtje ‘afzakken’ krijgen we als afscheid nog een doedelhymne door Willem, als dank voor het aangenaam verpozen. Nadat Toon ons nog even op het hart heeft gedrukt toch zeker en zo spoedig mogelijk in te schrijven voor het clubweekend in september, gaat iedereen aan boord en brengt Frans van de Fa. van Hoof ons weer veilig thuis. Tot onze volgende afspraak op 28 juni ergens op de GR AE.
© AvA